Europe niveau e – week 3
In deze opdracht ga je naar de landen in Zuid Europa: Spanje, Portugal en Italie
| | Europe niveau e – week 4
Deze les gaat over de grootste spoorlijn van de wereld, de Trans Siberie expres. Waar komt hij allemaal langs? Wat kun je in die trein doen? En wat niet.
| | Energie – niveau e – week 3
Hoe heten die kleine diertjes en plantjes waarvan we aardolie maken? Hoe wordt de aardolie van de zee naar het vasteland getransporteerd?
| | Energie – niveau e – week 4
Mest, koeien, paarden... maar ook uraniumerts en radioactieve stoffen!
| | Energie - niveau E - week 5
Windmolen en windmolenparken: is dat nou wel zo goed? O ja? En wat weet jij er van? Wat is "gaande werk" en \waarom is een "vang" zo belangrijk ?
| |
| De moderne geschiedenis week 1 Na de Franse Revolutie werd Napoleon de baas in Frankrijk. Info: De Franse Tijd (1795 – 1814) Napoleon wilde vrijheid, gelijkheid en broederschap voor iedereen. Hij veroverde veel Europese landen, ook Nederland in 1795. De broer van Napoleon, Lodewijk, werd koning van Holland. Hij kwam op voor de Nederlanders. Maar Napoleon vond dit verkeerd en ontsloeg zijn broer.
| | De moderne geschiedenis week 2 Rond 1800 waren veel mensen boer. De boeren verbouwden hun eigen voedsel. Ambachtslieden zijn mensen met een beroep, zoals: timmerlieden, leerlooiers, een smid, spinners en wevers.
| | De moderne geschiedenis week3 Rond 1900 waren Duitsland en Rusland veel groter dan nu. Ook was er het grote land Oostenrijk-Hongarije. Landen als Frankrijk en Engeland waren bang voor het grote Duitse rijk. De situatie in Europa was gespannen. De Eerste Wereldoorlog begon toen de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije werd vermoord door een Serviër. Oostenrijk-Hongarije viel toen Servië aan. Rusland ging Servië helpen en Duitsland hielp Oostenrijk-Hongarije. Duitsland verklaarde Rusland, Frankrijk en Engeland de oorlog. Veel mensen waren blij dat de oorlog begon, omdat ze zin hadden in een vechtpartijtje, dat snel afgelopen zou zijn. Maar in de grote wapenfabrieken werden moderne wapens gemaakt, waardoor deze oorlog lang duurde en er veel slachtoffers waren.
| | De moderne geschiedenis week4 In 1933 kwam Hitler in Duitsland aan de macht. Hij wilde wraak, omdat Duitsland na de Eerste Wereldoorlog veel land moest afstaan en veel geld moest betalen. In Duitsland was grote werkloosheid en armoede. Hitler wilde een wereld waarin het Germaanse ras de baas was. Duitsland was bevriend met Italië en Japan. Deze drie landen waren de belangrijkste As-mogendheden. In 1939 viel het Duitse leger Polen binnen en dat was het begin van de Tweede Wereldoorlog.
| | De moderne geschiedenis week5 Midden door Duitsland liep de grens tussen Oost-en West-Europa. Dit IJzeren Gordijn bestond uit hekken, muren en mijnen. De Berlijnse Muur deelde de stad Berlijn in tweeën. Tijdens de Koude Oorlog waren er steeds spanningen. De Hongaren en Tsjechen kwamen bijvoorbeeld in opstand tegen de bezetting van de Sovjet-Unie. De Koude Oorlog eindigde in 1989 toen de Berlijnse Muur viel en het IJzeren Gordijn werd afgebroken.
| |
Voeding niveau e week 1 Eetgewoontes verschillen per land. In India eten mensen vaak heel scherpe kruiden. Tafelmanieren verschillen ook. In China eten mensen met stokjes. In sommige gezinnen wordt er gebeden voor het eten. Voedsel is onze brandstof en geeft ons energie. Van voedsel met veel calorieën, zoals frites en chocolade, krijg je veel energie. Jouw lichaam heeft bouwstoffen nodig om te groeien. In vlees, vis, eieren, melk, bonen zitten eiwitten, en dat zijn belangrijke bouwstoffen.
| | Voeding niveau E week 2 Alles wat jij te veel eet, wordt in jouw lijf bewaard. Jouw lijf bewaart dat als vet en je wordt dan dikker. Een beetje vet in je lichaam is goed, want dan heb je een voorraadje als je ziek wordt. Te veel vet is niet gezond. Als je erg dik bent, krijgt je lijf daar last van. Te weinig eten is ook niet gezond, want je kunt dan ondervoed raken. Het was belangrijk dat onze voorouders genoeg energie binnen kregen. Daarom is ons lichaam zo gemaakt dat het eten met veel energie (zoet en vet) lekker vindt.
| | Voeding niveau E week 3 Al ons voedsel komt uit de natuur, vaak van boerderijen. De dieren van de boer noemen we vee. Er zijn verschillende soorten veehouderijen: - Melkveehouderij: met koeien die melk geven - Vleesveehouderij: met koeien, schapen en varkens die worden gefokt voor het vlees - Pluimveehouderij: met kippen, kalkoenen of ganzen
| | Voeding niveau E week 4 Vroeger aten mensen wat er die maand in de buurt groeide. In de winter at je vaak kool. Nu kun je meer soorten groente en fruit kopen dan vroeger. We kunnen nu ons voedsel bijvoorbeeld met een vliegtuig sneller vervoeren. Maar het vervoer is duur en milieuvervuilend. Voedsel uit verre landen is soms goedkoper, want de boeren verdienen erg weinig geld.
| | Voeding niveau E week 5 Veel mensen op de wereld hebben honger. Veel kinderen zijn ondervoed, doordat ze te weinig eten. Maar ook als er alleen rijst gegeten wordt. Als je ondervoed bent, word je sneller ziek of groei je niet goed. In rijke landen is meer dan genoeg eten, maar in arme landen hebben mensen vaak te weinig. Vooral als natuurrampen oogsten vernietigen. Een andere oorzaak is geweld/oorlog. Ook door slecht bestuur kan er te weinig voedsel zijn. Er is wel voedsel, maar dat wordt verkocht aan het buitenland en rijke inwoners van het land.
| |
|